Europese taalniveaus

Referentiekader moderne talen

Het referentiekader is bedoelt om in het taalonderwijs in Europa op elkaar af te stemmen en een platform te hebben waarop taalkwalificaties op Europese schaal erkend kunnen worden. 

Het Referentiekader beschrijft een Europese schaal van taalvaardigheid voor de beheersing van de vaardigheden, zoals luisteren, lezen, spreken en schrijven. Er zijn drie niveaus (A, B en C) en ieder niveau is weer onderverdeeld in twee subniveaus (1 en 2). 

A1-niveau Beginner

Luisteren
Begrijpt vertrouwde uitdrukkingen en eenvoudige zinnen als er heel langzaam gesproken wordt.

Lezen
Kan vertrouwde namen, woorden en zeer eenvoudige zinnen begrijpen in standaardteksten als mededelingen, posters, catalogi.

Spreken
Kan zich uitdrukken in losse woorden en in korte, eenvoudige zinnen over concrete zaken uit de eigen leef- of werkomgeving.

Gesprekken voeren
Kan deelnemen aan eenvoudige gesprekken in situaties die veel voorkomen in het dagelijks leven en op de werkplek.

Schrijven
Kan losse woorden zoals personalia in formulieren invullen en een korte tekst schrijven zoals op een ansichtkaart.

A2-niveau Basisgebruiker

Luisteren
Begrijpt de belangrijkste punten van korte en eenvoudige boodschappen en aankondigingen als er langzaam en duidelijk gesproken wordt.

Lezen
Kan korte en eenvoudige teksten lezen over concrete onderwerpen uit de eigen werk- en leefomgeving.

Spreken
Kan in eenvoudige bewoordingen een beschrijving geven van mensen, leef- en werkomstandigheden, dagelijkse routines, enz.

Gesprekken voeren
Kan korte gesprekken voeren in standaardsituaties. Kan vragen stellen en beantwoorden en ideeën en informatie uitwisselen over vertrouwde onderwerpen in voorspelbare, alledaagse situaties.

Schrijven
Kan korte, informele brieven schrijven en boodschappen noteren in telegramstijl.
 

B1-niveau Zelfstandige gebruiker

Luisteren
Begrijpt feitelijke informatie over veel voorkomende onderwerpen uit dagelijks leven en werk.

Lezen
Kan feitelijke teksten over onderwerpen uit de eigen werk- of leefomgeving lezen met een redelijke mate van begrip.

Spreken
Kan een eenvoudige uiteenzetting geven over vertrouwde onderwerpen uit de eigen leef- en werkomgeving.

Gesprekken voeren
Kan met redelijk gemak deelnemen aan gesprekken over onderwerpen uit het dagelijks leven, gericht op het onderhouden van sociaal contact en het regelen van zaken.

Schrijven
Kan eenvoudige samenhangende tekst schrijven over vertrouwde onderwerpen in het dagelijks leven, op het werk of opleiding.
 

B2-niveau Gevorderde gebruiker

Luisteren
Begrijpt complexere informatie over onderwerpen uit het dagelijks leven en werkomgeving in voldoende mate om de draad van het betoog te volgen.

Lezen
Begrijpt de meeste teksten op het eigen vak- of interessegebied. Begrijpt teksten over specialistische onderwerpen als hij voldoende kennis heeft van het desbetreffende onderwerp.

Spreken
Kan een duidelijk, gedetailleerd betoog houden over diverse onderwerpen uit het eigen interesse- of werkgebied.

Gesprekken voeren
Kan op effectieve wijze deelnemen aan (semi-)formele en informele gesprekken over onderwerpen van praktische, sociale en beroepsmatige aard. Kan in een discussie mening geven en die met argumenten onderbouwen. 

Schrijven
Kan duidelijke, gedetailleerde tekst schrijven over een breed scala van onderwerpen in het dagelijks leven, in het beroepsleven en in opleidingen.
 

C1-niveau Zeer gevorderde gebruiker

Luisteren
Kan uitgebreide betogen over abstracte en complexe onderwerpen volgen, ook buiten het eigen interesse- of vakgebied. Begrijpt veel idioom en spreektaaluitdruk-kingen.

Lezen
Kan tot in detail lange, complexe teksten begrijpen, waaronder specialistische artikelen en lange technische instructies op het eigen vakterrein of bedoeld voor de ge-interesseerde leek, mits moeilijke passages herlezen kunnen worden. 

Spreken
Kan gedetailleerde en precieze beschrijvingen geven van en formele presentaties houden over complexe onderwerpen. 

Gesprekken voeren
Kan zich vloeiend en spontaan uitdrukken. Kan de taal flexibel en effectief gebruiken voor sociale en voor professionele doeleinden.

Schrijven
Kan duidelijke, goed-gestructureerde teksten over complexe onderwerpen in werk, opleiding en privé-leven adequaat en accuraat schrijven. 
 

C2-niveau Hoogopgeleide near-native speaker

Luisteren
Kan vrijwel alles wat hij hoort of leest gemakkelijk begrijpen.

Lezen
Kan informatie die afkomstig is van verschillende gesproken en geschreven bronnen samenvatten, argumenteren reconstrueren en hiervan samenhangend verslag doen.

Spreken
Kan zichzelf spontaan, vloeiend en precies uitdrukken en kan hierbij fijne nuances in betekenis, zelfs in complexere situaties onderscheiden.

Gesprekken voeren
Kan zich langere tijd uitdrukken met een natuurlijke, moeiteloze taalstroom zonder aarzelingen. Pauzeert alleen om na te denken over precies de juiste woorden om zijn of haar gedachten uit te drukken of om geschikte voorbeelden of verklaringen te vinden

Schrijven
Toont consequent correct en gepast woordgebruik. Toont grote flexibiliteit bij het herformuleren van ideeën en past de grammatica consequent correct toe bij complexe taal, ook wanneer de aandacht op iets anders is gericht.